vvv-Suriname.com
Vakanties, [Bedrijfs] oriëntatie, Familiebezoek, Bijeenkomsten e.a
Suriname algemeen

SURINAME IN VOGELVLUCHT

Suriname Geografie
Suriname is gelegen aan de noordoost kust van Zuid-Amerika wordt de Republiek Suriname in het westen begrensd door Guyana, in het oosten door Frans Guyana en in het zuiden door Brazilië. Eén
van de minst bevolkte tropische landen in de wereld; ongeveer 95% van de 450.000 inwoners leven in de hoofdstad Paramaribo en in kleine dorpjes langs de kust en rivieroevers. 




Geschiedenis
Suriname ontstaat als slavenkolonie Suriname komt in Nederlandse handen. Suriname is een deel van Guyana,de oude naam voor gebied tussen mondingen Amazone Orinoco. De Spanjaarden verkenden in 1499 de kust. Later zochten ze tevergeefs naar El Dorado (goudland). Fransen, Britten en Nederlanders vestigden zich als eerst
aan de “wilde” kust. De Zeeuwen stichtten als eerste enkele kolonies in Guyana. Suriname werd door de Britten als kolonie gesticht en legden daar suikerplantages aan. Tijdens de oorlog tussen de Republiek en Groot-Brittannië veroverde de Zeeuwse vloot de Britse kolonie Suriname. Besloten werd dat Suriname van Nederland zou worden en “geruild” zou worden tegen nieuw Amsterdam, later New York.

Daarna bleef Suriname in Nederlands bezit totdat Zeeland de kolonie aan de West-Indische-Compagnie (WIC) verkocht. Een jaar later werd de kolonie doorverkocht aan de Geoctrooieerde Sociëteit van Suriname.
Deze sociëteit was een gemeenschappelijk bezit
van de

WIC.
Hierna nam Nederland de macht over van Suriname, stelde een gouverneur aan en sloot vrede met de indianen.
De gouverneur bevorderde het stichten van plantages waarin de landbouw werd georganiseerd.
De plantage week sterk af van Europese landbouwbedrijven: de plantage was veel groter, het werk werd verricht door grote aantallen slaven, er werd slechts een product verbouwd, het doel was het maken van winst met het geïnvesteerd kapitaal. Door deze punten kon men in de dun bevolkte tropische gebieden toch winst maken. 

Toen de Zeeuwen Suriname veroverden waren er al ongeveer 170 plantages. Die bevonden zich allemaal aan de rivier. Later werd aan de kust het moeras ingepolderd en was het aantal plantages opgelopen tot 500.
Na 1770 kwam er een achteruitgang door het absenteïsme. Dit betekent dat de plantages werden bestuurd door mensen die niet eens in Suriname waren. De plantages werden bestuurd door mensen die door de directeuren waren aangesteld. Zij hebben ook administrators aangesteld voor de financiële zaken. Die hadden er belang bij om op korte termijn winst te maken, maar verloren uit het oog voor wat er op de lange termijn moest gebeuren. De tweede
oorzaak was dat er steeds meer plantages kwamen waardoor de prijzen sterk daalden en zo de concurrentie niet aankonden. Zo werden er in de loopvan de tijd veel plantages opgeheve

Bevolking
De Surinaamse cultuur is uniek ten opzichte
van de

overige culturen in Zuid-Amerika en het Caraïbisch gebied. Naast de oorspronkelijke bewoners, zijnde Indianen, en de Marrons kent Suriname de volgende bevolkingsgroepen: Creolen, Hindoestanen, Javanen, Chinezen, Nederlanders en een aantal kleinere groepen van Europese afkomst. Eén van de
oudste Joodse gemeenschappen van het Amerikaanse continent is ook hier te vinden. 

Districten
Beleef het avontuur en maak kennis met de betovering van het regenwoud. Met een korjaal, een smalle kano, kunt u doordringen tot diep in de jungle. Geniet
van de bloemenpracht en voel de spanning van een overnachting in het regenwoud. Het kan allemaal. Suriname heeft enkele prachtige natuurreservaten die u onder begeleiding van een deskundige gids kunt bezoeken. Een bezoek aan de schildpadstranden mag daarbij zeker niet op uw reisschema ontbreken.


Paramaribo

Paramaribo, de hoofdstad is in Suriname de stad waar alles om draait en waar het maatschappelijke en culturele leven zich afspeelt. Paramaribo heeft een uiterst gevarieerde bevolkingsopbouw. 
De verschillende bevolkingsgroepen met hun eigen cultuur en godsdienst, zorgen voor een afwisselend en fascinerend straatbeeld. Het nachtleven van deze pure tropenstad is bruisend en u zult versteld staan
van de heerlijkheden van de Surinaamse keuken. Maar Suriname is meer dan Paramaribo.

Reizen in Paramaribo

Reizen in de hoofdstad is mogelijk per bus of taxi. Let wel, de bussen rijden niet volgens een tijdschema en
de taxi’s zijn niet gecertificeerd en beschikken niet over een taximeter. Het hotel waar u logeert zal graag een taxi voor u regelen. Vraag vooraf altijd naar de prijs van de taxi rit. 

Indianen van Suriname
Tot en met de 15e eeuw waren de Caraïben, de Arowakken en de Warao indianen de enige inwoners van Suriname. Een andere indianenstam, de Surinen geheten, kwam veel eerder voor in Suriname maar werden door de Caraïben verdreven. Door velen wordt beweerd dat de naam Suriname een afgeleide is
van de naam van deze indianenstam. Vandaag de dag komen de Warao indianen alleen nog voor in Guyana en Venezuela.
De vijf grootste stammen die in Suriname voorkomen zijn: de Caraïben, de Arowakken, de Trio’
s, de Wajana’s
en de
Akurio’s.  De Indianen in Suriname werden heel lang in twee groepen verdeeld namelijk –
de Benedenlandse Indianen', indianen die in het kustgebied leven, en de Bovenlandse Indianen, indianen die langs het kustgebied en de oevers
van de grootste rivieren leven. De indianen aan de kust, de Caraïben
en Arowakken, zijn veelal voortdurend in contact met de westerse samenleving.
De binnenlandse stammen – de Trio’s, Akurio’s en Wajana’s leven in de verst gelegen gebieden, verspreidt over geheel Zuid-Amerika en zijn zij slechts in de afgelopen 30 jaar regelmatig in contact geweest met de buitenwereld via de daar aanwezige missionarissen. 

Slaven, slavinnen en hun meesters
De aanvoer en verkoop van slaven was tot 1734 het monopolie
van de WIC. Daarna werden er afspraken over gemaakt, maar die werden niet nagekomen. De meeste slaven waren veldslaven en werkten op plantages onder leiding van opzichters. Er waren ook ambachtsslaven en huisslaven. Zij hielden zich bezig met ambachten en het huishouden. De slaven waren niet helemaal rechteloos. De gouverneur van Sommeldijck had de plantagewetten gemaakt, maar veel meesters hielden zich hier niet aan. Er waren veel meer slaven dan blanken, dus als de slaven in opstand waren gekomen zouden de blanken kansloos zijn geweest.

Marrons

De Marrons zijn de directe afstammelingen van Afrikanen die tijdens de 17e eeuw uit voornamelijk West Afrika naar Suriname werden gebracht om er te werken als slaven. Nu leven nog vele van deze Marrons in dorpen langs de rivieren in het binnenland. Zij leven enkele kilometers ten zuiden
van de Atlantische Oceaan, richting de grens met Brazilië, aan de voet van het Amazone regenwoud alsook richting het oostelijk deel van dit land, dichtbij de grens met Frans Guyana. Er zijn zes bestaande groepen van Marrons met elk hun eigen dorpshoofd of 'Granman' (opperhoofd). Zij heten de Ndjuka (ookwel genaamd Aucaners), de Saramaccaners, de Paramaccaners, de Matawai, de Aluku of Boni en de Kwinti. Elk van deze stammen is in staat geweest hun eigen authentieke Afrikaanse cultuur te behouden, evenals hun eigen taal. Hoewel de juiste datum van de aankomst van de eerste slaven uit West Afrika naar Suriname niet bekend is, wordt over het algemeen aangenomen dat zij hier naartoe zijn gebracht in het begin van de 16e eeuw.

Wat voor u als bezoeker die het binnenland van Suriname wenst te bezoeken zeer uitzonderlijk is, is dat deze marrongemeenschappen nog precies zo leven als hun voorouders dat hebben gedaan, meer dan 400 jaar geleden. Dit authentiek gegeven is dan ook de meest belangrijke attractie. 

Vrije gekleurde en weggelopen slaven

Veel blanken namen slaven in huis als huidhoudster en vriendin. De slavinnen en kinderen die uit deze verhoudingen werden geboren kregen soms de vrijheid. Ook slaven die iets speciaals hadden gedaan kregen de vrijheid, de meesten trokken naar Paramaribo. Zo ontstond er een bovenlaag van blanken een onderlaag van slaven en een midden laag van vrije gekleurden. Af en toe ontstond een opstand op een plantage en vermoordden de slaven de blanken, de slaven vluchtten dan naar het binnenland.  Daar in de moerassen waren ze veilig. Deze werden marrons genoemd. Er waren 3 groepen, de  “Djoeka’s “,
de Saramaccaners en de Moetoeari’s, slaven die dorpen stichtten. Deze overvielen plantages om aan wapens te komen, zo ontstond er een dreiging voor de slavenhouders. Er werd vrede gesticht met de 3 groepen maar de Boni’s bleven tot 1793 met de strijd doorgaan. Marrons worden de Marrons genoemd. 

Aziaten worden Surinamers

De afschaffing
van de slavernij. In Brits Guyana werd de slavernij in 1834 afgeschaft, in Frans Guyana in 1848. In Suriname gebeurde dat pas in 1863. In Nederland werd gedemonstreerd tegen de slavernij door de Christelijken en de liberalen. Toen de slavernij was afgeschaft werden de slaven vrijgelaten, er werd wel afgesproken dat ze 10 jaar met een contract moesten blijven werken. Dat voorkwam dat de ex-slaven massaal wegtrokken en dat er
een economische crisis ontstond. De plantagehouders kregen voor elke vrijgelaten slaaf een schadevergoeding van 300 gulden. De plantages hadden dus 10 jaar om voor andere arbeidskrachten te zorgen. Toen deze periode was afgelopen trokken de meeste slaven weg en begonnen een boerderijtje. Maar velen trokken naar Paramaribo voor werk vanwege de werkgelegenheid doordat Europese bedrijven naar Suriname kwamen. 

De komst
van de Hindoestanen
Om er voor te zorgen dat de plantages na staatstoezicht genoeg arbeidskrachten hadden, kwam de Nederlandse regering met de Britten overeen dat ze in India arbeiders (Hindoestanen) mochten werven.  Er werd een contract afgesloten voor 5 jaar. De levensomstandigheden en gezondheid van deze contractarbeiders
was slecht en er stierven er veel. Ook kwamen er veel in opstand tegen hun directeuren. Toen die periode was afgelopen, keerden er 11.700 Hindoestanen terug naar India. De anderen ruilden hun gratis terugreis voor een stukje grond in Suriname. De Hindoestanen vormden in Suriname een gesloten groep. Ze spraken hun eigen taal, ze woonden bij elkaar, ze hadden ook dezelfde gewoonten. Door hard te werken konden de Hindoestanen bereiken dat hun kinderen konden studeren, waardoor velen zijn gebleven en steeds meer invloed konden uitoefenen.

De komst
van de Javanen
De geschiedenis
van de Javanen lijkt veel op die van de Hindoestanen, zij werden ook als contractarbeiders naar Suriname gehaald. In tegenstelling tot de Hindoestanen bleven de Javanen na afloop van het contract op de plantages werken. Pas na het opheffen van de plantages gingen ze zich als zelfstandige boeren vestigen. Vaak kregen ze een deel van de plantage om op te verbouwen. De grote meerderheid van de Javanen was Moslim en de daarbij behorende gebruiken bleven een grote rol spelen. 
Na de tweede wereldoorlog werd de afzondering
van de Javanen minder, de lagere functies werden echter wel door de Javanen gevuld. 

Suriname wordt onafhankelijk
Suriname zelfstandig binnen het Koninkrijk der Nederlanden.
Na
de 2e WO begon het dekoloniseren
van de koloniën. In Nederlands-Indië boden de nationalisten verzet tegen de Nederlanders. In Suriname was hier minder sprake van.
De Creolen, Hindoestanen en de Javanen richtten een eigen politieke partij op.
De Creolen wilden onafhankelijkheid. De anderen niet. Er waren ook nieuwe verhoudingen met Nederland.  Suriname kreeg zelfbestuur in het binnenlandse aangelegenheden, maar Nederland zou de defensie en buitenlandse zaken blijven doen. Dat werd vastgelegd in het Statuut voor het Koninkrijk. 

Suriname wordt een onafhankelijke republiek

In de jaren ’60 en ’70 streven de Creolen steeds meer naar zelfstandigheid. De Hindoestanen en Javanen waren daartegen omdat ze bang waren dat de Creolen dan zouden overheersen. Deze angst werd nog groter bij rassenontlusten waar vooral Hindoestanen slachtoffer werden. De leider
van de creools partij, Joop Pengel, wilde samen met de andere bevolkingsgroepen verbroedering hebben.
Na zijn dood kwam hier een eind aan. Toen het Nederlandse kabinet ook instemde voor onafhankelijkheid op korte termijn, emigreerden veel mensen naar Nederland. Toen Suriname onafhankelijk werd, op 25 november 1975, bleven de rassenrellen uit. In december werd Suriname toegelaten tot de VN en in 1977 tot de organisatie
van Amerikaanse Staten (OAS). 

Een revolutie
Militairen grijpen de macht. Toen Suriname onafhankelijk werd stond het economisch sterk.
De bauxietindustrie zorgde voor bijna 75%
van de export. De emigratie werd ook minder. Enkele jaren later  werd de regering beschuldigd van corruptie, vriendjespolitiek, verkeerde besteding van het geld, waardoor het aantal emigranten weer steeg. Daarna werd er door een groep onderofficieren een staatsgreep gepleegd. De bevolking wilde niets anders dan dat. Desi Bouterse bleek een sterke man onder de militairen en had banden met de marxistische staten Grenada en Cuba. In Suriname werd het verzet tegen Bouterse vooral
gevoerd door de moedervakbond. Bouterse dreef het verzet met harde hand terug. De mensen die tegen Bouterse waren werden naar Ford Zeelandia gebracht en gemarteld en daarna doodgeschoten, de decembermoorden.
Veel mensen waren geschokt en Nederland gaf geen ontwikkelingshulp mee.

De economische problemen werden nog groter nadat de bauxietindustrie was ingestort. En er kwam nog een probleem bij. Een groepje boslandbewoners was een guerrillaoorlog in Oost Suriname gaan voeren. Het verzet werd geleid door Ronnie Brunswijk,
een vroegere lijfwacht van Bouterse. Zij maakten de bauxietindustrie deels kapot en het leger van Bouterse kon het junglecommando niet verslaan.

Terugkeer naar de democratie
Tegenover al deze problemen wilde Bouterse meer steun
van de bevolking. Daarom liet hij verkiezingen houden die door een partij waarin de oude Creoolse, Hindoestaanse en Javaanse politieke partijen samen werkten. Deze regering werd  geleid door Henck Arron, Bouterse zette de regering af en hield in 1991 nieuwe verkiezingen. Deze verkiezingen werden gewonnen door de partij die zich het nieuwe front noemde. Ronald Venetiaan was daarvan de president. Dit was de eerste regeringsleider die na de staatsgreep werkelijk macht had en Bouterse trad af. De strijd met het Junglecommando was ook ten einde gekomen. Van 1996 tot 2000 was Jules Wijdenbosch aan de macht, een aanhanger van Bouterse. Hij kwam aan de macht omdat hij zich vooral richtte op de onderste bevolkingsgroep. 

Economische problemen
In de jaren ’70 brak er in het westen een economische crisis uit, waardoor de vraag naar bauxiet afnam. Doordat de legale export afnam ontstond een illegale export waardoor enkelen heel erg rijk werden. Er kwam inflatie waardoor de mensen het moeilijk kregen. De regering gaf teveel uit aan het te grote ambtenarenstelsel
waardoor er weinig geld overbleef voor onderwijs en gezondheidszorg. Door de afschaffing
van de slavernij was de export sterk gedaald, die nu van de boerenbedrijfjes af kwam. In 1992 werd er tussen Suriname en Nederland een raamverdrag gesloten, dit betekende een nauwere samenwerking en de ontwikkelingshulp te hervatten.
Vooralsnog vond Nederland de Surinaamse plannen voor economisch herstel te vaag.

Verschillen tussen de bevolkingsgroepen
In Suriname is onder alle bevolkingsgroepen een groot samenhorigheid gevoel.

  • In de bovenlaag bevinden zich in verhouding meer Creolen en Hindoestanen dan andere mensen.
  • In de middenlaag bestaat grotendeels uit Creolen en Hindoestanen.
  • In de onderlaag zitten de Creolen, Javanen, Indianen en Marrons.

Op cultureel gebied zijn er veel verschillen tussen de bevolkingsgroepen, bijvoorbeeld met feestdagen. Ook worden er veel verschillende talen gesproeken. De belangrijkste zijn: Indiaans, Bosnegercreools, Sranan Tongo (Creools), Javaans, Chinees. Iedereen leert op school Nederlands. Een deel van de Creolen wil Nederlands vervangen door Sranan Tongo, die veel Surinamers spreken. Alleen mensen vrezen dan dat ze de banden met de Westerse cultuur zouden kunnen verliezen, als Sranan Tongo de Nederlandse taal zou vervangen.

Klimaat
 Suriname is een land van zonneschijn. Er gaat geen dag voorbij zonder zon, zelfs in de regentijd.
Volgens Europese standaarden is Suriname natuurlijk een warm land maar vanwege de koele noordoost zeewind kent het land een gemiddelde temperatuur van 28 graden overdag, wat toch zeer aangenaam is. Dit geldt ook voor het binnenland waar de temperatuur ‘s nachts kan dalen tot 20 graden. De tropische (grote) regentijd is van half april tot half juli en de korte regentijd van december tot half februari. De twee droge tijden zijn van half juli tot november en van half februari tot half april. 

Taal
Suriname kent vele talen. De officiële spreektaal is Nederlands maar Engels wordt eveneens overal gesproken zowel in Paramaribo als langs de kust. De taal die door het hele land gesproken wordt is het 'Sranan-Tongo', een lingua-franca bestaande uit Engels, Nederlands, Frans, Portugees en Afrikaans. Maar ook de verschillende ethnische groepen en stammen spreken nog steeds hun eigen talen. 

Tijdsverschil
Het tijdsverschil met Suriname is in de winter 4 uur vroeger dan in Nederland en in de zomer 5 uur vroeger dan in Nederland. 

Consulaat
Consulaat van Suriname
De Cuserstraat 11
1081 CK Amsterdam
Nederland
E-mail info@consulaatsuriname.nl
Tel 020-6426137 of 020-6426717
Fax 020-6465311
Website www.consulaatsuriname.nl
Openingstijden van maandag t/
m vrijdag van 09.00 uur - 12.00 uur 

Elektriciteit
In Suriname wordt 110/127 Volt en 60 cycles gebruikt. Er is geen elektriciteit in het binnenland. 

Eten en drinken
De Surinaamse keuken is heerlijk en divers en bestaat uit verschillende gerechten die de rijke invloeden
van de Afrikaanse, Javaanse, Hindoestaanse, Creoolse en Nederlandse keuken tonen. De vele verschillende restaurants en eethuizen bieden u elke dag van de week een scala aan heerlijke gerechten.

Fooien
In Nederland is het geven van een fooi een blijk van waardering voor goede service, maar geenszins een verplichting. Met de komst van het toerisme in Suriname is ook het geven van fooien gewoonte geworden. Heel vaak zijn de salarissen afgestemd op het ontvangen van deze fooien. Het is gebruikelijk, wanneer u tevreden bent met de service, een fooi te geven van ca. 10%
van de totale rekening. 

Gezondheid
Wij willen u adviseren om ruim voor vertrek contact op te nemen met uw huisarts of met de plaatselijke GGD voor de laatste informatie omtrent vaccinaties. Voor bezoekers uit Nederland zijn geen vaccinaties verplicht. In het algemeen wordt voor Suriname inentingen tegen DTP (difterie, tetanus en polio), hepatitis A (besmettelijke geelzucht), gele koorts en het gebruik van malariatabletten geadviseerd. Deze informatie is een service. U bent altijd zelf verantwoordelijk voor het verzorgen van uw persoonlijke benodigdheden met betrekking tot uw persoonlijke gezondheid en vaccinaties. Bij twijfel adviseren wij u dan ook contact op te nemen met de juiste instanties. 

Kleding

Tijdens het reizen in Suriname is lichte, luchtige kleding zoals een lange broek, hemd en bloes met lange mouwen het meest ideaal en probeert u het dragen van synthetische kleding te vermijden. Wij raden u aan gemakkelijke,maar stevige (bij voorkeur dichte) schoenen mee te nemen met profiel. Vergeet u ook zeker geen hoofdbedeking mee te nemen zoals een hoed of pet ter bescherming
van de zon. Bij speciale evenementen zoals recepties en borrels kleedt de Surinamer zich graag elegant.

Nationale parken, Amazone Regenwoud
Suriname is ideaal gelegen voor behoud van haar uniek, neo-tropisch regenwoud. Hoewel Suriname een relatief klein land is, speelt het internationaal een belangrijke rol omdat het land bedekt wordt door één
van de hoogste percentages regenwoud over de gehele wereld waarbij meer dan 80% van het totaal landoppervlak bestaat uit regenwoud en het land een vervalpercentage kent van onder 0,1% per jaar. Het regenwoud oppervlak is negen maal groter dan dat van Costa Rica en beslaat het meest tropisch regenwoud wereldwijd, met uitzondering van vier Afrikaanse landen. 

Flora & Fauna
Exotische flora & fauna zijn overvloedig aanwezig in het grotendeels onbewoond en ongerept regenwoud en het land kent eveneens 13 natuurreservaten en 1 natuurpark. Een overweldigende hoeveelheid in het wild levende dieren waaronder tenminste 700 soorten vogels, 200 soorten zoogdieren, 130 soorten reptielen, 99 amfibie soorten en duizenden botanische plantsoorten waarvan het overgrote deel nog nooit eerder onderzocht is. 

Eco-systeem
Suriname kent bijna
3000 mijl aan rivieren en waterwegen en staat daarom ook bekend als een land van kronkelende en bruisende rivieren. Minder bekend maar daarom niet minder interessant, zijn de rijke savanne’s, kust- en zwampgebieden.
Jaarlijks, in de periode februari tot augustus, komen aan de kust honderden zeeschildpadden zoals de Aitkanti om er hun eieren te leggen. 

Reistijd
Aangezien er veel Surinamers in Nederland wonen en ook omgekeerd is er tijdens de vakantieperiodes behoorlijk wat verkeer tussen de twee landen. U zult ondervinden dat in deze periodes de beschikbaarheid
van de vluchten erg snel vol loopt. Wat het klimaat betreft zijn de periodes van februari t/m april en september t/m november ideaal om Suriname te bezoeken vanwege de kleine respectievelijk grote drogetijd. 
Reisdocumenten Om naar Suriname te reizen heeft u een paspoort nodig dat na vertrek uit Suriname nog minimaal 6 maanden geldig is. Daarnaast is een visum verplicht. Voor meer informatie over visa en paspoorten kunt u de website van het Surinaams Consulaat in Amsterdam bezoeken: www.consulaatsuriname.nl 

Water
Het drinkwater in Suriname is van hoge kwaliteit en kan zo uit de kraan gebruikt worden. In het binnenland is het raadzaam het water eerst te koken.

Reizen
De meeste wegen in Paramaribo zijn geasfalteerd. Zo ook de hoofdwegen naar Moengo
(op weg naar Galibi), Overbridge, Brownsberg, Bakaaboto en Nickerie.